“Hier gebeurt echt iets wat bijdraagt aan de biodiversiteit!”
In het oude stroomdallandschap van landgoed Junne, rondom het esdorp Junne, ligt het biologische akkerbouwbedrijf Bio Akker van Chris Antuma. Chris heeft op een aanzienlijk deel van zijn percelen een ANLb beheerovereenkomst liggen, op ruim 10 van de totale 60 hectare. Dit zorgt voor een afwisselende lappendeken van biologische productieakkers -en weilanden met wintervoedselakkers, kruidenrijke akkers en randen, heggen, struweelranden en een boomgaard.
Chris Antuma is een ondernemend man. Hij runt op aparte locaties twee verschillende akkerbouwbedrijven. Hij groeide op een akkerbouw- en loonbedrijf in Dedemsvaart op en stapte in 2017 bij zijn ouders in het bedrijf. In datzelfde jaar richtte hij Bio Akker op, een keuze gemotiveerd door de marktpotentie die Chris zag voor biologische producten.
Financiële keuze
De keuze om in 2024 ruim 17% van het land van Bio Akker onder ANLb beheer te plaatsen, had in eerste instantie een puur financiële reden. Chris: “Als je aan mechanische onkruidbestrijding met GPS wil doen, heb je rechthoekige percelen nodig. De schuine stukken die overbleven, waar je er hier op het landgoed nogal wat van hebt, brachten in eerste instantie niks op. Om er toch wat aan te verdienen, besloten we deze incourante grond op te nemen in een ANLb beheercontract.”
Meerprijs op kruiden door ANLb
De combinatie van agrarisch natuurbeheer en bepaalde akkerbouwgewassen, namelijk kruiden, blijkt ook andere financiële voordelen te hebben. Chris vertelt: “Naast wortels, granen en grasklaver telen we paardenbloemen en valeriaan voor thee en de homeopathische industrie. Met vier andere kruidentelers vormen we een coöperatie waarmee we de producten wassen en drogen. Ten eerste hebben we dankzij het ANLb al een paar jaar gegarandeerde afzet van onze kruiden. De kruidenrijke akkerranden en wintervoedselakkers geven ons een hogere waardering in het puntensysteem van de afnemers. Sommige afnemers willen nog verder gaan en onderzoeken momenteel of het mogelijk is kruidenmiddelen te gaan verkopen waarop staat: ‘Deze kruiden zijn geteeld in een gebied met agrarisch natuurbeheer’. Als dat lukt, krijgen we in de toekomst misschien een meerprijs op de kruiden.”
Groeiende intrinsieke motivatie
Hoewel Chris met het ANLb begon om financiële redenen, lijkt daar nu verandering in te komen. Wandelend door één van de dorre, overwinterde kruidenrijke akkerranden die nu, in het vroege voorjaar, weer tekenen van nieuw leven beginnen te vertonen zegt Chris nadenkend: “Ik begon met agrarisch natuurbeheer om een oplossing te vinden voor de kanten en randen met laag rendement, maar denk dat er inmiddels sprake is van een groeiende intrinsieke motivatie. Ik zie op steeds meer vlakken een meerwaarde. Naast het voordeel voor de kruidengewassen zie ik dat wandelaars genieten van het zien van bloeiende akkers, en consumenten zijn blij met voedsel dat geteeld is met respect voor de natuur. Dat heeft waarde. Ook hoop en verwacht ik op de gras/klaver percelen die bemest worden met ruige mest in de toekomst een verbeterde bodemvruchtbaarheid en sponswerking waar te nemen. De melkveehouder die het gras afneemt is daarnaast blij met de extra kruiden die zijn koeien via dit gras tot zich nemen.”
Een bakermat van leven
“Ik kan het nog niet goed onderbouwen”, vervolgt Chris. “Maar als ik door deze akkerrand loop, waar nog plantenresten van vorig jaar staan, dan krijg ik de indruk dat dit een bakermat is van leven. Als ik hier ’s morgens vroeg ben, zie ik tussen de planten allemaal draden en webben lopen. Er gebeurt hier van alles qua eitjes, insecten en biodiversiteit. Veel meer in elk geval dan ik waarneem in een perceel met een groenbemester.”
Hier gebeurt iets!
“Vorig jaar kregen we een groep studenten toegepaste biologie op bezoek. Zij bevestigden mijn indruk. Ze gingen kijken hoeveel en welke insecten ze in onze akkerranden konden vinden en waren erg enthousiast over de verscheidenheid aan soorten. Er werden zelfs zeldzame insecten gedetermineerd. Door hun enthousiasme kreeg ik voor het eerst het gevoel: hier gebeurt echt iets wat bijdraagt aan de biodiversiteit! Die ervaring heeft mijn enthousiasme voor agrarisch natuurbeheer versterkt. Door de tellingen en waarnemingen van de studenten werd het effect ineens meetbaar en tastbaar en dat vind ik belangrijk. Ik ben op zoek naar zulke bewijzen om aan mezelf en mijn omgeving uit te kunnen leggen waar ik met Bio Akker mee bezig ben. Ik ben en blijf nu eenmaal een resultaatgerichte ondernemer! Ik hoop in de toekomst meer manieren te vinden om het concept ‘biodiversiteit’ op mijn bedrijf meetbaarder en concreter te maken. Misschien kan CMO hier iets in betekenen?”
Kruisbestuiving bio en gangbaar
Het feit dat Chris een biologisch én gangbaar bedrijf runt, blijkt tot slot een bijzonder gevolg te hebben. Chris: “Ik zie een belangrijke kruisbestuiving ontstaan met mijn bedrijf in Dedemsvaart als het gaat om duurzame teelttechnieken. Mensen maken wel eens gekscherend de opmerking dat ik zeker ’s nachts stiekem bestrijdingsmiddelen ga spuiten bij Bio Akker. Maar het is juist andersom! Ik zie dat ons gangbare bedrijf steeds duurzamer wordt. Wat we bij Bio Akker leren over mechanische onkruidbestrijding, passen we in Dedemsvaart ook steeds vaker toe. Het gebruik van glyfosaat is daar bijvoorbeeld sterk afgenomen. We schillen in Dedemsvaart nu, net als bij Bio Akker, de bovenlaag van het gras af met de biofrees en dat werkt heel goed.”
Nieuwe inzichten
“Zowel ik als mijn werknemers zijn allemaal opgeleid in de gangbare landbouw. Door Bio Akker leren we veel en ervaren dat het lang niet altijd nodig is om chemische middelen te gebruiken. We nemen onze ervaringen op Bio Akker ook mee in gesprek met klanten van ons loonbedrijf. Omdat ik in beide werelden actief ben, hoop ik voor andere boeren een informatiebron te kunnen zijn om langzaam de gangbare sector steeds meer te verduurzamen”, besluit Chris.
Foto: Chris Antuma onderzoekt de bodem in zijn kruidenrijke akkerrand
